|
U bent hier: Startpagina > Info over de club > Mance Seghers
Armand 'Mance' Seghers
De panter van het Jules Ottenstadion
 Met
spijt in het Buffalohart nam de Gentse voetballiefhebber afscheid van
een man die jarenlang het Gentse maar ook het nationale doel 11 keer met brio
verdedigde. Armand 'Mance' Seghers speelde van 1949 tot 1966 voor K.A.A.
Gent en werd ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van onze club door
de fans uitgeroepen tot 'Buffalo van de eeuw'. Tevens werd
hij ereburger van de gemeente Zelzate. In totaal werd deze doelman 20 maal
opgeroepen voor de nationale ploeg.
Armand Seghers ging de geschiedenis
in als de doelman met grote handen en de pet. Een pet die hij in de duels vaak verloor, maar de
bal zat meestal klemvast in zijn handen. 'Mance' werd tijdens zijn eerste cap op 25 december 1952 internationaal bekend als de 'held van Colombes'
- België won met 0-1 van Frankrijk - en verdedigde tot zijn veertigste het Gentse doel.
Met K.A.A. Gent won hij in 1964 de Belgische
beker en speelde heel wat Europese
wedstrijden.
Een legendarische uitspraak van de geliefde keeper was: "Ik
wil 28 matchen missen, maar die twee tegen Club Brugge mogen ze me niet
afpakken."
De Gentse goalie stierf op 78-jarige leeftijd na een slepende ziekte op 15
maart 2005.
Wie was Armand 'Mance' Seghers?
geboren
op 21 juni 1926 te Zelzate
- overleden op 15 maart 2005 te Zelzate
- loopbaan:
- 1942-1949 SLV Zelzate
- 1949-1966 KAA Gent - La Gantoise (in deze periode miste hij minder dan
20 matchen)
- 11 caps (1952-1960)
- anekdote: In 1959 verloor Mance de Gouden Schoen met één schamel puntje
van Lucien Olieslagers van Lierse. Toppunt was dat de Gentse doelman drie
punten gaf aan de Lierse kapitein omdat hij zichzelf als doelman kansloos
achtte. Seghers heeft altijd met veel spijt teruggedacht aan de unieke kans
op de trofee die hij toen zichzelf onthield.
Getuigenissen
Roland Lebuf (journalist): "Mance sprak tot de verbeelding. Zijn
bijnaam was niet voor niets "de panter". Hij speel de altijd met een
pet, die hij verloor als hij dook. Maar de bal had hij wél. Mance was een heel
gemoedelijke en joviale man. Maar ook een noeste werker. Hij speelde 16 jaar bij
Gent. Aan een transfer dacht hij niet. Hij was te gehecht aan zijn stad."
(Sporza Radio).
Aimé Anthuenis (coach): "Wij verliezen opnieuw een icoon
uit het Belgische voetbal. Armand Seghers kon echt de massa beroeren maar had
een groot nadeel. In die tijd bepaalden de grote clubs de nationale selecties,
terwijl hij enkel bij Gent speelde. Hij was ook een groot voorbeeld voor de
jeugd."
Jean-Marie Pfaff (ex-doelman): "Ik heb hem nooit zien spelen, maar
overal waar ik kwam werd er niets dan goeds over Seghers verteld. Mance
ontmoette ik wel op recepties en bijeenkomsten. Toen ging het altijd over
"La Gantoise". Er verdwijnt alweer een echt fenomeen uit ons Belgische
voetbal."
Richard Orlans (ex-ploegmaat): "Gent is een legende verloren. Ik kan
uren over die man vertellen. Mance was echt een type om naar op te kijken.
Bovendien bleef hij een volksmens, ondanks de successen die hij kende. Ik
herinner me zijn eerste match nog tegen Leuven. En Mance deed het niet zo best.
Maar wat daarna volgde was soms fenomenaal. Hij was in feite een ideale
ploegmakker."
Bron: Sporza Radio en VRT-teletekst
Afscheidstekst van een fan
"De engel met de grootste handen van de hemel"
Buffalo-supporter Rudi Moeraert mijmert bij dood van zijn idool Mance Seghers
"Mance Seghers is dood. Het nieuws zinderde gisteren
door de supporterscafés rond het Gentse Ottenstadion. Mance was niet zomaar een
doelman die van 1949 tot 1965 het doel van de Gantoise verdedigde. Mance was
voor de Buffalo's de doelman van de eeuw.
In die tijd had je als keeper ook nog een echt beroep. Mance was 'bieruitzetter'
zoals dat in de Vlaanders heet. Hij leverde bier aan huis en hij kon véél
flesjes in één hand omvatten, want de handen van Armand Seghers waren
legendarisch groot. Ik had de eer hem te interviewen, ergens in de jaren
zeventig, toen hij in zijn Zelzate van een verdiende rust genoot.
Toen ik hem de hand drukte voelde ik mij een kleuter aan de hand van opa. Dat
waren geen handen, dat waren kolenschoppen! Ik zou niet graag als aanvaller voor
Mance zijn verschenen. Hij beloerde vanonder zijn eeuwige pet de tegenstander en
hij zwaaide met de grootste handen die ooit op een Belgische terrein te zien
waren. Je moest koudbloedig zijn als spits om niet met elastieken benen weg te
vluchten wanneer Mance op je kwam afgestormd.
Armand Seghers was een godheid in zijn tijd. Iemand die zestien jaar lang in het
doel van dezelfde ploeg staat, dat is een monument! Wie nieuw in de ploeg kwam,
werd eerst getest door Mance, met een of andere grap. Ik herinner me de
bulderlach van Mance toen hij vertelde hoe hij het met de soigneur had
georganiseerd dat ze Mokuna eens heel straf gingen masseren.
,,Ik had aan die soigneur gevraagd om ervoor te zorgen dat die straffe
massagezalf verschillende keren in contact zou komen met het veelbesproken
geslachtsorgaan van onze held uit Congo. Nog nooit is Mokuna zo rap het veld
opgelopen. Het brandde in zijn broek! En wij lagen op de grond van het
lachen!" Mance had altijd zijn pet op. De legende wil dat hij af en toe die
pet verloor tijdens duels, maar zelden de bal. Als keeper van de nationale ploeg
heeft hij ooit in Frankrijk heroïsch werk geleverd. De held van Colombes, heet
hij sindsdien.
Gent heeft altijd goede keepers gehad. Ook na Mance Seghers. Vanavond tegen
Lokeren zal Herpoel de bijzondere bescherming genieten van de engel met de
grootste handen van heel de hemel. De Buffalo van de eeuw is niet meer. Zijn
herinnering blijft nog minstens een eeuw voortleven in elke Buffalo-hart."
Bron: Het Nieuwsblad
"Niet kijken is niet voetballen."
Johan Cruijff
|