Nieuwsbericht

Vermoedelijke selecties

Arteveldestadion

Jacob Van Artevelde

Over de afkomst van Jacob van Artevelde (ca. 1290-1345) is weinig bekend. Waarschijnlijk was zijn vader Willem van Artevelde, een lakenhandelaar die in Gent woonde. Het geslacht van de Arteveldes was verwant aan oude en aanzienlijke Gentse families. Broers van Jacob vervulden functies van water- of burggraaf, terwijl Jacob zelf onroerend goed bezat en handel dreef in vee, vis, wijn en zilverwaren. Zijn werkzaamheden brachten een uitgebreide kennissenkring in diverse lagen van de bevolking met zich mee.

Aan de vooravond van de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) liepen de spanningen tussen Engeland en Frankrijk hoog op. Vlaanderen lag tussen deze twee grootmachten ingeklemd. De Engelse koning Eduard III (1312-1377) zocht toenadering tot graaf Lodewijk van Nevers (1322-1384). Eduard stelde een verbond voor waarbij de Engelse woltoevoer naar Vlaanderen gewaarborgd zou blijven. Lodewijk, als graaf van Vlaanderen met een feodale eed gebonden aan de in 1328 tot koning van Frankrijk gekroonde Philips VI (1293-1350), koos de zijde van Frankrijk. In augustus 1336 besloot Eduard de woltoevoer naar Vlaanderen stop te zetten. De Vlaamse lakenindustrie werd een zware slag toegebracht. Brugge, Ieper, maar vooral Gent - dat bijna geheel van de lakenindustrie afhankelijk was - werden getroffen in maag en beurs, hetgeen voor grote onrust zorgde.

Op 28 december 1337 werd in Gent een volksvergadering belegd en op 3 januari 1338 stelde men een revolutionair bewind aan van vijf hoofdmannen. Een van deze vijf was Jacob van Artevelde, bij velen bekend staand als 'de wijze man'. Feitelijk bezat Artevelde de alleenheerschappij. Dankzij zijn inspanningen werd in maart 1338 de Engelse wolinvoer hervat, en in juni/juli werd de Vlaamse neutraliteit door Engeland en Frankrijk erkend. Vrede en economische welvaart binnen het graafschap waren veilig gesteld en Arteveldes gezag werd in het gehele graafschap erkend - ook omdat Lodewijk van Nevers nog aanbleef, voornamelijk om Artevelde van een bondgenootschap met Engeland te weerhouden.

Artevelde was aanvankelijk geliefd bij het volk. Al zijn maatregelen liet hij door volksvergaderingen bekrachtigen. In openbare functies werden alleen Vlamingen benoemd. Ambtenaren mochten voortaan hun stukken redigeren in de volkstalen, Nederlands en Frans, terwijl daarvoor alleen Frans en Latijn waren toegestaan. De drie grote steden Gent, Brugge en Ieper werden politiek en economisch bevoordeeld ten koste van de kleinere steden en het platteland.

Op 3 december 1339 sloot Artevelde een politiek en monetair verdrag met Brabant en Henegouwen. Lodewijk van Nevers was tegen het verdrag en begaf zich in vrijwillige ballingschap aan het Franse hof. Daarmee was de weg vrij voor een bondgenootschap met Engeland - mede in de hand gewerkt door de Franse weigering Waals-Vlaanderen, dat in 1305 aan de Franse kroon was gekomen, terug te geven aan het graafschap. Op 26 januari 1340 werd Eduard III te Gent door de Vlamingen als koning erkend. Simon van Halen werd aangesteld als ruwaard van Vlaanderen. De daarop volgende oorlog bracht het graafschap in diepe schulden, terwijl Philips VI plundertochten in Vlaanderen liet uitvoeren.

Het gezag van Artevelde begon te tanen. Zijn streven naar een evenwicht tussen verschillende sociale groepen binnen de steden wektede woede van de wevers, die streefden naar alleenheerschappij. Geraerd Denijs, deken van het Gentse weversgilde, stelde in maart en april van 1345 het beleid van Artevelde aan de kaak. Na een weversoproer op 2 mei trad Artevelde af. Op 17 juli van hetzelfde jaar werd hij op of bij de Vrijdagmarkt vermoord tijdens een nieuw weversoproer, met Denijs aan het hoofd.

Het was niet voor het laatst dat Vlaanderen met het geslacht Artevelde te maken had. In 1381 zette Jacobs zoon Filips zich aan het hoofd van een rebelse weversbeweging en hij wist Brugge en grote delen van Vlaanderen te veroveren, voordat hij het jaar daarop door de Fransen werd gedood.